GOEDE REDE

Almere Haven

Almere Haven (Goede Redetoren)

Iedere woensdag van 11:00u - 12:00u en vrijdag van  11:00u - 12:00u

 

GESCHIEDENIS VAN DE BEIAARD VAN ALMERE HAVEN

Door: Arie Abbenes

emeritus beiaardier van o.a. de Domtoren in Utrecht en nauw betrokken bij de totstandkoming van de Almeerse carillons

De geschiedenis van de beiaard van Almere Haven begint in 1974, bij de installatie van de bouwcommissie voor een nieuw te bouwen kerk. Al spoedig wordt duidelijk dat er een flinke beeldbepalende toren met luid- en uurwerk aan het complex toegevoegd gaat worden. In de traditie van de oude Zuiderzeesteden komt ook de aanschaf van een beiaard ter sprake. Voor het verkrijgen van de nodige expertise klopt de Rijksdienst voor de IJsselmeer Polders (RIJP) aan bij de Adviescommissie van de Nederlandse Klokkenspel Vereniging (NKV). De secretaris van de Rijksdienst A.C. van der Vliet is direct enthousiast, maar de ontwikkelingen worden vooral gestimuleerd door landdrost en muziekliefhebber Han Lammers en de “bouwpastoor” van de Protestantse Kerk, de heer Van Hulst uit Utrecht. De financiering van dit project gaat straks model staan voor de drie beiaardprojecten die zullen volgen.
•    De toren met luidklokken en uurwerk worden door de Rijksdienst bekostigd.
•    Voor de resterende beiaardklokken zal aanvullende financiering gezocht moeten worden.


Tijdens de eerste bijeenkomsten in de nog drassige polder werd de samenstelling van de beoogde beiaard uitvoerig bediscussieerd waarbij de architect direct met een pasklare oplossing kwam. De gereedstaande beiaard voor het nimmer gerealiseerde monument voor de mobilisatie slachtoffers uit 1914 – 1918 stond in de aanbieding. Deze Van Bergen beiaard van 49 klokken uit de jaren 1965/68 had moeten verrijzen in een toren in de vorm van een “geknakte soldaat”, bij voorkeur in Drachten. De Van Bergen klokken noch het torenontwerp konden de commissie bekoren, daarom werd besloten om een eigen weg in te slaan. Uiteindelijk vond deze “moederbeiaard” uiteindelijk zijn definitieve opstelling bij het klokkengieterij museum van Heiligerlee. Toch heeft deze kortstondige gedachte invloed gehad op het Almeerse beiaardconcept. De basis van de beiaard voor Haven werd een f van 970 kg, gelijk aan de basis klok van de Van Bergen beiaard. Nu bleek dat het voorlopige torenontwerp niet op een instrument van deze omvang en gewicht berekend was. Architect Gerrit Steen uit Leeuwarden vergrootte de toren dusdanig dat het beoogde spel geplaatst kon worden. Deze wijziging bracht uiteraard extra kosten met zich mee die na ampele overwegingen gedragen konden worden. 

Men kan zich afvragen waarom de samenstelling van het drie-gelui: do-re-mi (f-g-a) is. Het antwoord ligt voor de hand: Deze luidklokken werden in het kader van de kerkstichting, tevens de drie zwaarste klokken van de beiaard, bekostigd door de Rijksoverheid. De heer Van Hulst slaagde er – tactisch – in om bovendien enkele onderdelen van de beiaardinstallatie tot kerkelijk werk te verklaren! Hiermee was de realisatie van de complete beiaard dichterbij gekomen.

In het voorjaar van 1978 komt het project in een stroomversnelling. De adviescommissie van de NKV wordt gevraagd om een bestek te schrijven voor een beiaard van vier octaven, waarvan de grootste drie, tevens luidklok zijn. Het spel wordt in drie delen opgebouwd: de luidklokken in de onderste kamer, daar boven de kleine klaviercabine en in het bovenste deel van de toren de overige beiaardklokken, die aan de zoldering bevestigd worden. Als gevolg van de gespreide opstelling van de klokken in de bovenste klokkenkamer ligt toepassing van gerichte tuimelaars het meest voor de hand. 
Offertes worden gemaakt door de klokkengieterijen Petit en Fritsen en Eijsbouts. In het najaar valt de keuze op laatstgenoemde gieter. 


Mag de inrichting en de mechaniek van de beiaard dan traditioneel zijn volgens de beproefde tradities van de jaren 60-80, de aanpak van de stemming en intonatie van de klokken luidde een nieuwe periode in. Enige verklaring voor deze bewering is voor een buitenstaander noodzakelijk. Dankzij het volmaakte vakmanschap van de Nederlandse klokkengieters werd het gaandeweg mogelijk om beiaardklokken fysisch perfect te stemmen en te ontzweven. Steeds meer ervoeren beiaardiers en luisteraars deze technische verworvenheid als “kil en steriel”. Het verlangen naar de milde en warme klankkleur van de beiaarden uit de 17e en 18e eeuw bracht de adviseurs er toe om de klokkengieter te bewegen om meer “leven” in de klokkenklank te brengen. Deze ontwikkeling, die inmiddels gemeengoed is geworden, vond zijn oorsprong in de beiaard van Almere Haven.


Tijdens de montage en afregeling bleek de inpassing van dit omvangrijke instrument in deze kleine klokkenkamers een flinke uitdaging voor de monteurs en adviseurs. Op 21 maart en 4 juni 1980 verrichten de NKV adviseurs Oldenbeuving, Winsemius en Abbenes de laatste stelwerkzaamheden en de eindkeuring. Zij toonden zich zeer tevreden in hun volgende eindconclusie:

“De toren van Almere is geen open lantaarn, maar is ook geen echt gesloten toren. Het gevolg hiervan is, dat de middelzware beiaard uitstekend tot zijn recht komt; niet te direct van klank en zeer mild van karakter. De schitterende klokken en een toucher dat de kleinste nuances mogelijk maakt completeren het beeld dat de adviescommissie van het instrument heeft: een prachtige beiaard van bijzondere allure, waarmee de gemeenschap van Almere Haven geluk gewenst kan worden.”


In de jaren die volgden slaagden beiaardiers en beiaardinrichter er in om nog drie klokken en een groter klavier aan de reeks toe te voegen: een nominale es (as – 540 kg) en de twee hoogste discantklokjes. Grote complimenten voor deze inpassing in de kleine ruimte. De stichters hadden dit niet aangedurfd

 

©2020 by Stichting Carillons Almere.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now